Maandagmiddag 15u46. Cobán, appartament. Zware donder en hevige regen buiten zodat ik zelfs de radio niet meer hoor. We zitten in het regenseizoen. Maar op zich valt het nu nog mee, wij Belgen zijn ook meer gewoon. Maar drie weken geleden heeft de hemel zijn sluizen opgezet en op 16 uur tijd een grote ravage aangericht in Cobán en omstreken. De Cahabon rivier die zich rond de stad slingert , is volledig buiten haar oevers getreden, huizen-vaak in hout- stonden tot aan hun plafond onder water, aardeverzakkingen, overstroomde bruggen, platgeregende maïsvelden ... een enorme materiële schade en zeker vijf doden. Ik zat toen in de hoofdstad en kon de ramp in Cobán alleen maar gadeslaan in de kranten. Normaal is november de natste maand op het jaar, hopelijk herhaalt de tragedie zich niet opnieuw!
Mijn laatste schrijven dateert van halverwege juli toen ik me al klaar maakte voor een rondreis van een maand samen met mijn ouders. Die reis lijkt al weer een eeuwigheid geleden. De rondreis is goed geweest. Ik heb mijn ouders bijna alle uithoeken van het land leren kennen en hen ook laten proeven van de grote culturele diversiteit en de prachtige natuur.
Eenmaal zij weer op het vliegtuig zaten, ging voor mij de laatste zes weken Guatemala in. Jammer genoeg zijn het geen zes weken om wat uit te bollen en me voor te bereiden op mijn terugkeer.
Neen, het is stressen geblazen!!
28 september moet ik een artikel van 15 pagina's indienen dat zal gepubliceerd worden als het zevende hoofdstuk in het eerste rapport van de werking van het Nationaal Herstelprogramma. Dit nationaal programma is al vier jaar werkzaam en heeft in al die tijd nog nooit een werkingsverslag of evaluatie uitgegeven. Nu zondag wordt de eerste ronde van de presidentsverkiezingen georganiseerd en op 9 november wordt de strijd beslist tussen de twee overgebleven kandidaten. Het ideale moment om te lobbyen ... en zo dacht ook de GTZ-de Duitse cooperatie. Zij financieren het allereerste rapport van het Nationale Herstelprogramma. Aan mij hebben ze gevraagd om een artikel te schrijven met een rechtsantropologische invalshoek. Oorspronkelijk wilden ze een écht veldonderzoek uitvoeren naar de perceptie van de slachtoffers mbt het Programma, maar de beperkte tijd liet me dat niet toe, vond ik.
Om dit artikel te schrijven heb ik de voorbije weken nog enkele mensen geïntervieuwd en overmorgen (woensdag) ga ik waarschijnlijk mijn laatste groepsinterview doen.
Deze opdracht is dan ook een hele grote uitdaging en dit door verschillende redenen: mijn eerste publicatie, onmiddellijk in het Spaans, voor een nationaal en internationaal publiek, een mix van literatuurstudie als het uitschrijven van mijn eerste analyses, én amper 1 maand de tijd om alles neer te pennen.
Daarnaast heb ik nog een andere grote activiteit in het vooruitzicht: het fotograferen van in scene gezette momenten van tijdens de burgeroorlog. Eind vorig jaar heb ik me gecomprimiteerd om samen met de groep van Fons Huet een populaire/visuele versie uit te werken rond het boek dat ze in het Q'eqchi' gepubliceerd hebben over het collectieve geheugen van 20 gemeenschappen die zwaar geleden hebben tijdens de burgeroorlog.
Na veel gebrainstorm hebben we beslist om de vijf hoofdstukken van het boek te visualiseren aan de hand van foto's die sprekend zijn. Elk hoofdstuk zal voorgesteld worden aan de hand van een grote poster en elke poster zal vier foto's/tekeningen bevatten die telkens een kernidee van het hoofdstuk voorstellen.
Maar over bepaalde gebeurtenissen bestaat geen fotomateriaal: aanvallen van het leger op de dorpen, het platbranden van dorpen, de vlucht van velen in de bergen, het afkappen van de milpa (maïs) door soldaten en pac, ...
Dus volgende maandag en dinsdag 10 en 11 september gaan we alles naspelen en daarvan foto's trekken.
Vorige donderdag ben ik reeds met Fons en Gerardo de plaatsen gaan zoeken die als decor zullen dienen.
Om de plaats te bereiken dat als decor zal dienen om de foto te trekken van de mensen die de bergen invluchten, moeten we eerste een uurtje fel bergop klimmen en dan wat door de modder ploeteren.
Reeds van bij het begin willen de mensen ook een huis in de fik steken. Dat huis zijn ze nu aan het maken.
Ook zal een 'verkrachting' in scene worden gezet (op vraag van de slachtoffers zelf , ook van vrouwen die zelf verkracht zijn geweest!!)
Die maandagavond wordt het dorp uitgenodigd voor een avondmaal en zullen we enkele films over de oorlog tonen, het boek in Q'eqchi' voorstellen en als de technologie ons gunstig gezind is reeds de getrokken foto's projecteren.
Op 15 augustus, de nationale feestdag, reis ik dan naar het meer om me vier dagen op te sluiten in een hotel dat gelegen is aan het Atitlan-meer. Dat hotel is vrij geïsoleerd, je kan er enkel een kayak huren, gaan wandelen naar het volgende dorp of vanop de balkonnen in het meer springen. Tijdens die vier dagen zal ik hopelijk goeie invallen hebben!
Eenmaal terug gaat mijn laatste weekje cobán in: artikel bijsturen waar nodig, inpakken, afscheid nemen van velen ...
Op 2 oktober stap ik het vliegtuig in en woensdagavond 3 oktober kom ik weer thuis.
Het zal er vlug gaan zijn!