Beste vrienden,
Terwijl België momenteel in de ban is van de verkiezingsuitslagen van vandaag, probeer ik me op deze zondag eens niet bezig te houden met mijn onderzoek en alles wat er bij komt.
Daarstraks voelde ik me zelfs even in België. Ik was aan het bellen met het thuisfront toen net op de VRT de positieve kiesresultaten van Antwerpen bekend geraakten. Mijn moeder legde vlug de telefoon aan de televisie en zo kon ik live horen dat het VB zijn ‘nederlaag’ toch niet wou toegeven en kon ik meeluisteren naar de wijze woorden van Hugo Claus. Toen ik de stem hoorde van Sigfried Bracke voelde ik me heel even echt lijfelijk in de woonkamer van mijn ouders! Raar gevoel!
Al enkele dagen probeer ik me voor te breiden op mijn volgende trip: Mexico!
Donderdag vroeg in de morgen neem ik het vliegtuig naar Ciudad Mexico waar ik eerst ga deelnemen aan een twee daagse cursus (vrijdag en zaterdag) over rechtsantropologie en dan een vier daags congres (maandag tot vrijdag) van de Latijns-Amerikaanse rechtsantropologen over “justitie en diversiteit in tijden van globalisering”.
Ik ben wel al wat nerveus aan het worden, want het is de eerste keer dat naar zo’n groot congres ga.
Aan de twee-daagse cursus nemen we met ongeveer dertig deel en aan de hand van de mailinglist kan ik opmaken dat ik de enige deelnemer ben met een niet-spaans-klinkende naam. Dat belooft! We hebben telkens les van 10u tot 20u! Deze cursus gaat door in het zuiden van de hoofdstad. Zeven jaar geleden was de hoofdstad van Mexico het vertrekpunt van de 5-weken durende rondreis die ik samen met Karen heb gemaakt en ik herinner me nog dat het een gigantische wereldstad is. De hoofdstad telt momenteel dubbel zoveel inwonders dan mijn eigen vaderlandje!
De zondag verplaatsen we ons allen naar Oaxtepec een stad op anderhalf uur rijden van de hoofdstad. Daar gaat het vier-daagse congres door. Interessant zal het zeker worden, want alle grote namen binnen de Latijns-Amerikaanse rechtsantropologie zullen er aanwezig zijn. Daarnaast zullen er ook enkel bekende inheemse Guatemalteken een lezing geven.
Ik ben wel blij dat er eerst nog die voorbereidende cursus wordt georganiseerd, zo ga ik toch tenminste al wat mensen kennen die ook gaan deelnemen aan het congres.
Tussen de cursus, het congres en mijn terugkeer naar Guatemala heb ik een twee-tal vrije dagen. Ik hoop om tijdens die tijd wat Mexicaanse cultuur op te snuiven. Een bezoek aan het huis van Frida Kahlo, de murales van Diego Rivera, het nationale antropologische en archeologische museum en aan de archeologische Asteekse site Teotihuacán staan alvast op mijn ‘te-bezoeken-lijstje’. Dat zou wel een aangename afwisseling zijn met de academische lezingen die ik zes dagen lang ga moeten absorberen.
Op 22 oktober vlieg ik terug naar Guatemala en op vrijdag 27 oktober land dan mijn promotor Prof Eva Brems op Guatemalteekse gronden. Eva blijft tot woensdag 8 november en haar bezoek heeft tot doel mijn onderzoek op te volgen, te sturen en kennis te maken met de Guatemalteekse realiteit.
Deze maand zal dus voorbij zijn voor ik het ga doorhebben.
In november wil ik dan de stap zetten naar het echte werkveld. De voorbije drie maanden heb ik met vele interessante mensen gesproken in de hoofdstad en in Cobán over het onderzoek. Iedereen vindt het alvast een interessante en waardevolle vraagstelling (zijn er binnen de Maya kosmovisie en het Maya gewoonterecht die kunnen bijdragen of reeds bijdragen aan de reconstructie van het sociale weefsel in de gemeenschappen in deze post-conflict periode). Ik heb ondertussen ook al wat lessen Q’eqchi’ achter de kiezen, maar die kennis wil ik nu eindelijk eens in de praktijk omzetten. Want tussen het inzicht hebben in de grammatica en het echt begrijpen van conversaties en je zelf kunnen uitdrukken, ligt nog een lange weg van studie en van oefening!
Nu heb ik ook min of meer zicht op met welke gemeenschappen ik graag zou willen werken. Het meest interessante zou natuurlijk zijn dat ik met gemeenschappen kan werken die elk een verschillende ervaring met het conflict hebben. In mijn onderzoek wil ik zeker stem geven aan de zogenaamde materiële daders of ‘ex-burgerwachten’. De verplichte deelname van alle mannen aan het patrouilleren in hun gemeenschap was één van de oorlogstactieken van het leger om de maya gemeenschappen intern tegen elkaar op te zetten en te verdelen. De burgerwachten waren de ogen en oren van het leger, zij moesten alle bewegingen in hun dorpen bijhouden en doorspelen aan het leger. Het leger gebruikte de burgerwachten ook vaak als eerste linie tijdens aanvallen op andere dorpen. De meerderheid van deze burgerwachten werden dus verplicht mensenrechtenschendingen te plegen, want indien ze weigerden mee te werken werden ze zelf vermoord. Maar zoals vaak hebben echter ook burgerwachten hun macht misbruikt om oude conflicten met buren, familie en andere dorpen uit te vechten. Dus, tussen die burgerwachten heb je ook mannen die écht bloed aan hun handen hebben.
Ik moet echter vaststellen dat sinds de ondertekening van het vredesakkoorden alle ‘herstel- en verzoeningsprojecten’ volledig op de slachtoffers van de burgeroorlog zijn gericht. Maar als je écht tot verzoening, herstel, reconstructie wil komen …. moet je natuurlijk ook met de daders werken! En zeker met ‘verplichte daders’.
Een oorlog is nooit zwart/wit. Je hebt steeds veel grijze zones en daar moet je net ook mee werken als je wil dat de mensen (daders en slachtoffers) op een ‘vreedzame’ manier samen aan hun toekomst werken. Dat is nooit een gemakkelijke opdracht.
Dus ik hoop dat ik de mogelijkheid krijg om ook met ex-burgerwachten te praten over herstel en reconstructie.
In november zou ik graag voor twee weken naar Las Conchas trekken. Deze gemeenschap ligt op een paar uur van Cobán en bestaat uit families afkomstig uit zo’n 14 verschillende gemeenschappen die tijdens de oorlog de bergen zijn ingevlucht. De katholieke kerk heeft eind de jaren ’80 de finca Las Conchas opgekocht om er deze vluchtelingen uit de bergen grond te geven. Fons en Hermana Rosario van het Remhi-project hebben in dat ganse proces een belangrijke rol ingespeeld. Momenteel woont er een Spanjaard die er als leek pastoraal werk verricht.
Manuel, een spirituele gids en verbindingspersoon voor de stedenband van Herent, heeft me voorgesteld om tijdens zijn vakantie in december voor enkele dagen naar Chama Grande te gaan. Toen ik hier vier jaar geleden was voor mijn thesis, ben ik toen ook met hem naar Chama getrokken. Een voettocht van een ganse dag door de heuvels, de bergen en de modder brengt je tot deze uithoek van Verapaz. Tijdens de burgeroorlog had het leger daar een kampement en in gans die bergachtige streek zijn vele mensen vermoord. In Chama wonen nu nog 12 families, echte slachtoffers van het geweld, tussen allemaal families waarvan de mannen tot de burgerwachten behoorden en vaak dienden als voetvolk van het leger. Een interessante gemeenschap om onderzoek te doen! Het ligt alleen een beetje ver.
Ik was eigenlijk van plan om van 9/12 tot 23/12 naar Costa Rica te reizen gezien ik nog een hoop verlofdagen over heb, maar ja het is natuurlijk een unieke kans om nog eens in Chama te geraken. Doordat het zo’n uithoek is van Alta Verapaz zijn er daar amper organisaties werkzaam. Manuel is er ook al een tijd niet meer geweest omdat hij voor zijn werk in een andere regio zit, maar de mensen vragen wel naar hem. Toen ik vier geleden met hem ben meegereisd heb ik die ganse week meer gewandeld dan geslapen. Tijdens die tocht hebben we 3 verschillende dorpen bezocht en als spirituele gids wordt Manuel vaak gevraagd voor ceremonies. En die ceremonies vinden altijd s’ nachts plaats …
Ondertussen is het drie maanden geleden dat ik voet op Guatemalteekse bodem zette.
Mijn moeder vraagt zich altijd af of ik het zwaar heb hier? Wel, om eerlijk te zijn het is niet altijd even makkelijk. Doordat ik niet werkzaam ben in een organisatie, leef ik wat geïsoleerd. Als onderzoekster heb je nu eenmaal geen collega’s. Vrienden in de zin van vrienden heb ik hier niet. En ik denk dat het sowieso moeilijk is om een echte vriendschapsrelatie op te bouwen met Guatemalteken. Mijn wereld en mijn interesses zijn de hunne niet. Vrouwen van mijn leeftijd hebben meestal al een gezin met enkele kinderen. En de mannen, tja … de samenleving is hier doordrongen van het machismo.
Veel buitenlanders heb je hier niet en als er zijn, hebben ze hun gezin en hun werk. In de tijd dat in Coban MINUGUA (de VN missie) gevestigd was en er ook enkele kantoren van de internationale coöperatie waren, was dat blijkbaar wel anders wist Nadinne Janssens me te vertellen. In het weekend gingen die mensen vaak samen op uitstap: picknick, zwemmen, de streek verkennen, …
Mijn verstrooiing bestaat momenteel uit tv kijken (gelukkig heb je hier Universal – een Amerikaanse zender met vrij hoogstaande programmas), naar de radio luisteren, romans lezen en kokkerellen. Gelukkig heb je hier wel interenet en skype!
Ik ga straks eens guacamole maken.
Na het vertrek van Karen en Bart heb ik mezelf opgelegd om van mijn weekends echt tijd voor mezelf te maken, maar dat lukt niet altijd. Doordat niet elke werkdag even productief is, wil ik dat dan in het weekend inhalen. Maar ja, zo neem je nooit afstand van je werk. Eenmaal terug uit Mexico ga ik daar toch eens meer een klare lijn in moeten trekken.
Zoals ik reeds heb geschreven, hebben steden als Quetzaltenango en Antigua veel meer troeven voor buitenlanders. Maar dan bestaat de kans wel dat je volledig door die buitenlanderswereld wordt opgeslorpt en er moeilijk los van geraakt.
De mensen uit de hoofdstad hebben net ook interesse in het onderzoek omdat het over de Q’eqchi’s en Alta Verapaz gaat. Over deze regio bestaat maar weinig onderzoek en dat heeft zo zijn historische redenen. Tussen deze streek en de rest van het land is er pas echt contact ontstaan in de jaren ’60 en ’70 toen er een weg werd gebouwd tussen Cobán en de hoofdstad. Sinds de 19de eeuw is Alta Verapaz de streek van de Duitse grondgrondbezitters die hier de koffie- en cardemonteelt hebben geïntroduceerd. Quasi alle inheemsen woonden op de fincas hier en die Duitsers hadden enkel contact met Duitsland. Zelfs nu nog heb je plaatsen waar de inheemsen enkel Q’eqchi’ en Duits spreken en amper Spaans. Voor onderzoekers – van welke discipline ook – was deze streek dus niet zo interessant, want het leren van de lokale taal was de basisvereiste.
Dus Cobán is veel interessanter om onderzoek te verrichten dan bv Antigua of Quetzaltenango, maar voor mij als persoon is het noppens.
Gelukkig geeft zo’n uitstap naar Mexico de nodige en aangename afwisseling!
Kussen
Lieselotte