Chan Xaawil ... Maya Q'eqchi' voor: 'hoe zie jij de wereld?'. Tussen 2006 en 2010 schreef ik over mijn veldwerkervaringen bij Maya Q'eqchi' overlevenden van de 36 jarige burgeroorlog in Guatemala.
Nu woon ik in Ecuador en werk ik voor de Verenigde Naties.
Een andere wereld ... dus andere verhalen...

-All pics copyright L.Viaene -



donderdag, juli 12, 2007

Enkele activiteiten in beeld

Enkele activiteiten in beeld

Groepsinterview met weduwes van Chisec ten huize van doña Candelaria




Tijdens elk groepsinterview met vrouwen of ouderlingen lopen er steeds wel wat kinderen rond














De afsluitende activiteit van de verschillende ontmoetingssessies dus señoritas (jonge damens)en ancianas (ouderlingen) in Nimlahakok werd waardig afgesloten met een mayejak









Van syncretisme gesproken: de Maagd Maria gehuld in Q'qechi' klederdracht




















Speciale bloemen versieren het altaar














In de gemeenschapskeuken waren alle vrouwen weer druk in de weer om een lekkere maaltijd (de traditionele kippensoep met tortillas) klaar te maken voor de ganse groep














Hmmm, verse coco!!













De kleinmannen van Nimlahakokcentrum kennen me ondertussen al en zijn niet beschaamd om telkens een foto te vragen.












Het voorbije weekend was ik op stap met Don Bernardo van Herent. De zaterdagnacht sliepen (wel ik lag meer wakker van de twee heren die enkele bomen doorzaagden) we in het huis van Santiago. De zondag was iedereen al vroeg uit de veren, want tegen 7u zouden de eerste gasten komen voor het verjaardagsfeestje van de 2-jarige kleindochter van Santiago. De vader verdween met de noorderzon wanneer die wist van het 'ongelukje', maar de familie doet er alles aan om het meisje met veel liefde op te voeden.

























zaterdag, juni 30, 2007

Tocht naar Xalab'e en Sachal

Het vertrek

Een goeie maand geleden (22/05 tem 25/05) vertrok ik samen met Fons, Manuel, mijn vertaalster Marta en verschillende mensen van de gemeenschap Chicoj Raxqix naar het verre Xalab'e. De nacht voor het vertrek had ik helemaal niet goed geslapen, ik moest overgeven en had zelfs de diarree. Behoorlijk verzwakt stapte ik de ochtend van vertrek de pick-up in. Die moeilijke nacht zal wel het na-effect geweest zijn van het schokkende nieuws over het auto-accident van Stefaan dat ik die zondag had vernomen.
In augustus vorig jaar was ik al eens naar Xalab'e getrokken, maar toen waren we er geraakt na een zesdurende voettocht. Deze keer hadden we geluk: een pickup kon ons brengen tot aan een de finca San Isidrio en daardoor hadden we maar een voettocht van drie uur voor de boeg. De felle hitte en de wat gevaarlijke afdeling maakten het me niet gemakkelijk, maar we gerakten allemaal goed en wel in Xalab'e. Ook Fons was deze keer mee en ik moet hem echt bewonderen voor de goede fysieke conditie die hij nog heeft!








De meimaand is de zaaimaand en hier gebruiken de boeren nog de eeuwenoude 'slash and burn'-techniek, nl het veld proper maken en dan in de fik steken. De as is een goeie fertilizator voor de mais. En zo wandelden bij het doorgaan als de terugkeer vaak door afgebrande stukken land.















De ceremonie

In Xalab'e zal met de hulp van de ngo ADICI een waterreservoir worden gebouwd op de plaats waar er een natuurlijke waterbron is. Nu droogt deze bron steeds op in de zomer en met zo'n bekken zou er steeds water moeten zijn. Maar zoals steeds vragen de q'eqchi'es eerst toestemming aan de Tzuultaq'a (BergDal). Eerst wordt er eten gegeven aan de offergaven (wa'tesinq) en wanneer de tijd rijp is, kan de ceremonie van start gaan.




































Deze nacht gaat de ceremonie door voor het immense kruis dat elf jaar geleden werd opgericht ter nagedachtenis van de vele mensen die in de bergen rondom Xalab'e het leven verloren tijdens het gewapend conflict.








Na het ordenen van alle offermateriaal (kaarsen, copal pom, suiker, diverse soorten wierrook, cocao, dikke sigaren) in een offercirkel, wordt het heilige vuur aangestoken. Daarna wordt er steeds gebeden in de vier windrichtingen. Ze bedanken iedereen die ze kunnen: de goden, de omringende bergen, riveren, de voorouders. Iedereen krijgt steeds een kaarsje en bidt mee, geknield. Ik wist in elk geval voor wie te offeren!

Manuel, de spirituele gids en anderen treden tijdens de nachtelijke ceremonie ook steeds in contact met de voorvaderen. En die ontmoeting is altijd even wazig zoals op de foto, wist don Manuel me achteraf te vertellen.













Gewapend met mijn Nikon D50 en een lichtgewicht statief, kon ik -al schrijf ik het zelf- toch een aantal prachtige foto's trekken. Ik denk dat ik de eerste ben die foto's nam van een ceremonie bij het kruis! Uniek materiaal dus ... Een nachtje doorsteken moet je er wel voor over hebben. Uitrusten konden we op de minitafeltjes van het schooltje.

De natuur van Alta Verapaz
Groene heuvels, grotten, wolken, orchideën, vlinders, tropische planten en bloemen ... alleen in Alta Verapaz is al dat pracht te vinden.

Tijdens de wandelingen naar en tussen de dorpen hebben grote blauwe vlinders mijn pad gekruist. Ook andere vlinders fladderden rond ons heen. Het was de tijd van het jaar dat de lelijke rupsen zich uit hun cocoons bevrijden en zich ontpoppen tot prachtige vlinders. Maar het oerwoud is niet altijd zo romantisch. Tijdens de tocht naar Xalab'e wees Fons me een plaats aan waar ze nog sporen hebben gevonden van een tijger ... dat was gelukkig zes jaar geleden. Zwarte weduwes, tarantulas, diverse soorten van giftige slangen, scorpioenen, ... ook deze beestjes bewonen de bossen van Alta Verapaz. Tijdens de tocht van Xalab'e naar Sachal hoorde ik plots iets luid ritselen ... volgens Manuel moet dat een slang geweest zijn. Gelukkig voor ons was het beest mensenschuw ... maar dat is niet altijd zo hoor!















Jorge houdt een wilde Pacaya vast. Eén van de wilde vruchten waarmee de vluchtingen in de bergen overleefden. Zelf vul ik één van mijn flesjes aan met het bronwater. Deze bron (staat nu redelijk droog) voorziet twee dorpen van water!










Sachal
Terwijl Fons en de anderen terug keerden naar Cobán trokken don Manuel, Marta en ik verder naar Sachal. Drie uur wandelen door de prachtige natuur. Vijf jaar geleden ben ik daar met don Manuel ook geweest. Toen had ik nooit gedacht dat ik daar ooit nog eens opnieuw zou geraken!
Die middag kregen we een prive-lunch aangeboden in het gebouwtje van de regionale alcaldía. Ik was blij om eens planten te eten, het is eens wat anders dan die kippensoep! Vijf jaar geleden was dat gebouwtje de helft kleiner. Door de hulp van ADICI is dit nu een vrij groot multibruikbaar gebouwtje geworden: vergaderingen, kantoor van de regionale burgemeester, slaapplaats (allé op de grond dan hé). In die paar jaar is er , ook door de hulp van ADICI, een regionale alcaldía opgericht, waardoor de mensen nu bij de regionale burgemeester terecht kunnen voor geboorteaangiftes, overlijdensactes en andere administrative zaken. Dit spaart de mensen een paar dagen uit. De regionale burgemeester gaat één keer per maand naar het gemeentehuis van Cobán (vijf uur wandelen en daarna twee uur op de microbus) om al zijn werk over de maken aan de burgelijke stand daar.
En na drie dagen konden we ons eindelijk wassen! Daarvoor moesten we eerst de berg afdalen, het voetbalplein oversteken en dan konden we ons in de vrije natuur dicht bij de waterbron wassen. Wat zalig! Ondertussen stond mijn lichaam alweer helemaal vol, verschrikkelijk vol, met beten van weet-ik-veel-welke-insecten (zucht, zucht)
De laatste dag van onze trip had Manuel en nog anderen van ADICI eerst nog een vergadering met de mensen van de regio. Ik maakte er gebruik van om enkele ouderlingen te interviewen over thema's als gerechtigheid, waarheid, verzoening. De vergadering liep zoals gewoonlijk erg uit en we konden dus pas tegen 15u vertrekken. Opnieuw was het een race tegen de tijd want om 19u gaat de zon onder. We stelden ons mentaal in op speedtempo en na vier uur snelwandelen, kwamen we bij zonsondergang aan de grote waterval, het eindpunt van de trip. Met onze koplampen vermeden we dat we door op de glibberige rotsen naar beneden donderden. Carlos stond al klaar met de auto. Tegen 22u30 kwam ik moe en versleten thuis. Het was alweer een mooie en soms wat zware tocht.

woensdag, juni 06, 2007

Terug even in België

Hola amig@s,

Deze vrijdagavond (8ste juni) land ik op Zaventem en op donderdag 21 juni vertrek ik alweer richting Guatemala. Het is een onverwachte reis, die ik nog maar vorige week woensdag heb geboekt. Een reis die ik liever niet had willen doen.

Ik kom af om mijn beste vriend Stefaan te bezoeken die sedert vier weken in coma ligt in het ziekenhuis van Oostende. Nog geen maand geleden was Stefaan en zijn vriend Stijn bij mij op bezoek en hebben we een weekje samen gereisd waarbij we het caraïbische deel van Guatemala hebben verkend. Het was een hele leuke week, op mijn weblog staan enkele sfeerfoto's. Maar twee dagen na zijn aankomst in België heeft Stefaan een zeer zwaar auto-ongeluk gehad waarbij hij een hersenbloeding heeft gehad. Sindsdien ligt hij in coma. Ik ken Stefaan reeds van in het middelbaar en we zijn als broer en zus voor elkaar. Om het allemaal goed tot me te laten doordringen en vooral om hem te steunen, heb ik dus dit blitsbezoek gepland. Het leven van een goeie vriend gaat even voor op het onderzoeksproject.

Deze keer zal ik niet het ganse Vlaamse land afreizen. De eerste week zal ik waarschijnlijk bij mijn ouders in Ieper verblijven, en daarna ik zal ik in Gent zitten. Hoe en wanneer, weet ik allemaal nog niet zo goed.

Tijdens die dagen ben ik bereikbaar op mijn Belgisch gsmnr.


Ik probeer tijdens die dagen in België mijn weblog bij te werken, want de laatste weken heb ik het razend druk gehad met mijn onderzoek. Zo ben ik onder meer weer eens in Xalab'e geraakt waar ik prachtige (al zeg ik het zelf) foto's heb getrokken van een nachtelijke ceremonie aan het kruis.

Besos
Lieselotte

maandag, mei 14, 2007

Verkiezingen in aantocht

2007 is een belangrijk jaar in Guatemala. Niet enkel omdat het tien jaar geleden is de vrede werd getekend, maar ook omdat er in september verkiezingen zijn. Niet enkel de leden van het parlement of het congres worden herkozen, maar ook een nieuwe president.

Net voor ik naar België reisde in maart, werd het nieuws gelanceerd dat de inheemse Nobelprijswinnares Rigoberta Menchu zich ook presidentskandidaat stelt. Het hing al een eindje in de lucht, maar nu was het definitief. Ze kiest voor de vrij jonge partij Encuentro Por Guatemala van de congressiste Nineth Montenegro. In deze regering van Berger (GANA) was de goodwill-ambassadrice voor de vredesakkoorden. Wat ze daar van heeft terecht gebracht, weet ik eigenlijk niet zo goed. Maar bon, haar kandidaatstelling zou een nieuw elan geven aan de verkiezingen. Er doet voor de allereerste keer een vrouw mee én dan nog een inheemse! In de recente peilingen ligt ze hopeloos achterop, ze haalt nipt 3% van de stemmen.

Ik hoorde dat ze de voorbije zondag in Cobán het startschot zouden geven voor hun campagne in Alta Verapaz. De dag voordien had ik Marta Macz aan de lijn, de vrouw van Fons en ze vertelde me trots dat ze op de tweede plaats staat van de lijst van Rigoberta voor het congres voor de partij voor de regio van Alta Verapaz. Een reden te meer om gewapend met mijn fototoestel gisteren naar het Parque Central te trekken om er de sfeer op te snuiven en wat fotos te nemen (had ik beloofd aan Marta).


Ik had net ook Silvie, Jose Miguel en hun zoontje Viktor
uitgenodigd om te komen lunchen gisteren en zo ik had eens een heel aangename zondag. Het leuke wil dat Silvie in dezelfde lagere school en middelbare school heeft gezeten als ik, maar dan wel tien jaar eerder. En zo hebben we ondermeer wat gekletst over die (voor mij minder leuke) leerlingentijd.

De voorbije twee weken heb ik vooral mijn tijd in Cobán doorgebracht. Daarom heb ik de draad van de Q’eqchi’ lessen weer opgenomen. Deze

keer heb ik wel een leerkracht gevonden die elke voormiddag drie uurtjes les kan geven.



Jammer dat ik dat niet van in het begin heb kunnen doen, dan zou ik nu al een veel gevorderde kennis hebben van die taal.
De voorbije vrijdagen heb ik wel elke keer in Nimlahakok doorgebracht. Daarvoor moest ik steeds om 4u30 uit de veren en dan met mijn pijnlijk staartbeen de twee en een half uur durende rit trotseren. Elke tumulo (bult) was er één te veel en tijdens de uur en een half durende trip op de aarden weg heb ik bijna mijn kaken kapotgebeten van de pijn.
Dat pijnlijke staartbeen is nu bijna genezen, maar nu heb ik iets anders voor!
Van de laatste trip naar Nimlahakok heb ik blijkbaar een vlooi of twee meegebracht. En die geraak ik maar niet kwijt! Ik heb al twee maal mijn lakens vervangen, alle kleren naar de wasserette gebracht, elke keer gedoucht met heet water … maar toch bespeur ik regelmatig nieuwe beten. En, ik zweer het jullie, er is niets dat meer jeukt dan vlooienbeten!

Ik hoop dat ik ze een dezer toch kwijtspeel, want volgende week heb ik eens ganse week gepland naar de dorpen. Dat zal wat worden. Volgende zaterdag ga ik met Manuel mee naar een ceremonie in Samac. De coöperatief van Samac is voor verschillende dingen erg gekend, maar toch vooral omdat tijdens de burgeroorlog quasi alle mannen burgerwachten (pac) waren en zij door het leger werden gebruikt om te gaan ‘jagen’ op die mensen die de bergen waren ingevlucht in de streek van Xalab’e en Chama Grande. Al van in het begin wil ik hun kant van het verhaal horen, want hier in Guatemala wordt er heel vaak in zwart-wit termen over de pac gesproken. Niet enkel de regering – dat is logisch, zo verdelen ze nog meer de mensen – maar ook de (internationale) ngo’s willen eigenlijk niets weten van die pac. Nochtans (zie eindconclusies van het rapport van de Comisión para el Esclarecimiento Histórico en van het Remhi) weten we allemaal dat de overgrote meerderheid van deze pac, verplichte daders zijn. Het was meedoen of zelf vermoord worden door het leger. En als criminologe vind ik het onbegrijpelijk dat er met deze verplichte daders ook niet wordt gewerkt zoals met de slachtoffers. Blijkbaar zijn er velen van overtuigd dat die pac geen trauma’s hebben, geen rancunes hebben, enkel hele slechte mensen zijn. Trouwens als je écht naar verzoening wil streven, moet je wel beide partijen in dat proces betrekken … niet?!?
Tja, gelukkig hoor ik hier in het veld genuanceerdere geluiden. En via Manuel wil ik dus in contact komen met die ex-pac en hun vragen mee te werken aan het onderzoek. Ik hoop dat ik een positief antwoord krijg.

De dinsdag (22 mei) trek ik dan met Manuel, Juan Guillermo, Fons en nog anderen van Chicoj Raxquix naar Xalab’e. Voor diegene die mijn weblog reeds van in het begin volgen … dat dorp met dat kruis dat op meer dan 6u wandelen ligt. De woensdagavond wordt er een ceremonie gehouden en de donderdag wandelen Manuel, Juan Guillermo en ik nog door tot in Sachal. En vrijdag keren we normaal gezien terug. Het zal een weekje worden waar ik meer ga wandelen dan ga slapen. Want ceremonies vinden altijd s’ nachts plaats tot de zon opkomt.

Maar eerst heb ik nog een andere belangrijke afspraak. Morgennamiddag ga ik naar Chisec (anderhalf uur rijden), want woensdagochtend neem ik een groepsinterview af van een aantal weduwes. Doña Candelaria, die ik reeds heb geïnterviewd en die ook heeft geparticipeerd aan mijn taller, leidt een kleine weduweorganisatie. En zij heeft, normaal gezien, een aantal weduwes opgeroepen om deel te nemen aan dat groepsinterview. Het interview gaat door in haar huis en haar dochters zullen de maatijd koken. Ik neem de groenten en zo mee van hier, want blijkbaar is het daar wat duurder. We zullen zien, hoe dat afloopt.

Ik hou jullie op de hoogte.
Ciao
Lieselotte