Het vertrekEen goeie maand geleden (22/05 tem 25/05) vertrok ik samen met Fons, Manuel, mijn vertaalster Marta en verschillende mensen van de gemeenschap Chicoj Raxqix naar het verre Xalab'e. De nacht voor het vertrek had ik helemaal niet goed geslapen, ik moest overgeven en had zelfs de diarree. Behoorlijk verzwakt stapte ik de ochtend van vertrek de pick-up in. Die moeilijke nacht zal wel het na-effect geweest zijn van het schokkende nieuws over het auto-accident van Stefaan dat ik die zondag had vernomen.
In augustus vorig jaar was ik al eens naar Xalab'e getrokken, maar toen waren we er geraakt na een zesdurende voettocht. Deze keer hadden we geluk: een pickup kon ons brengen tot aan een de finca San Isidrio en daardoor hadden we maar een voettocht van drie uur voor de boeg. De felle hitte en de wat gevaarlijke afdeling maakten het me niet gemakkelijk, maar we gerakten allemaal goed en wel in Xalab'e.
Ook Fons was deze keer mee en ik moet hem echt bewonderen voor de goede fysieke conditie die hij nog heeft!De meimaand is de zaaimaand en hier gebruiken de
boeren nog de eeuwenoude 'slash and burn'-techniek, nl het veld proper maken en dan in de fik steken. De as is een goeie fertilizator voor de mais. En zo wandelden bij het doorgaan als de terugkeer vaak door afgebrande stukken land.
De ceremonie
In Xalab'e zal met de hulp van de ngo ADICI een waterreservoir worden gebouwd op de plaats waar er een natuurlijke waterbron is. Nu droogt deze bron steeds op in de zomer en met zo'n bekken zou er steeds water moeten zijn. Maar zoals steeds vragen de q'eqchi'es eerst toestemming aan de Tzuultaq'a (BergDal). Eerst wordt er eten gegeven aan de offergaven (wa'tesinq) en wanneer de tijd rijp is, kan de ceremonie van start gaan. 
Deze nacht gaat de ceremonie door voor het immense kruis dat elf jaar geleden werd opgericht ter nagedachtenis van de vele mensen die in de bergen rondom Xalab'e het leven verloren tijdens het gewapend conflict. 

Na het ordenen van alle offermateriaal (kaarsen, copal pom, suiker, diverse soorten wierrook, cocao, dikke sigaren) in een offercirkel, wordt het heilige vuur aangestoken. Daarna wordt er steeds gebeden in de vier windrichtingen. Ze bedanken iedereen die ze kunnen: de goden, de omringende bergen, riveren, de voorouders. Iedereen krijgt steeds een kaarsje en bidt mee, geknield. Ik wist in elk geval voor wie te offeren!Manuel, de spirituele gids en anderen treden tijdens de nachtelijke ceremonie ook steeds in contact met de voorvaderen. En die ontmoeting is altijd even wazig zoals op de foto, wist don Manuel me achteraf te vertellen. 
Gewapend met mijn Nikon D50 en een lichtgewicht statief, kon ik -al schrijf ik het zelf- toch een aantal prachtige foto's trekken. Ik denk dat ik de eerste ben die foto's nam van een ceremonie bij het kruis! Uniek materiaal dus ... Een nachtje doorsteken moet je er wel voor over hebben. Uitrusten konden we op de minitafeltjes van het schooltje.De natuur van Alta VerapazGroene heuvels, grotten, wolken, orchideën, vlinders, tropische planten en bloemen ... alleen in Alta Verapaz is al dat pracht te vinden.Tijdens de wandelingen naar en tussen de dorpen hebben grote blauwe vlinders mijn pad gekruist. Ook andere vlinders fladderden rond ons heen. Het was de tijd van het jaar dat de lelijke rupsen zich uit hun cocoons bevrijden en zich ontpoppen tot prachtige vlinders. Maar het oerwoud is niet altijd zo romantisch. Tijdens de tocht naar Xalab'e wees Fons me een plaats aan waar ze nog sporen hebben gevonden van een tijger ... dat was gelukkig zes jaar geleden. Zwarte weduwes, tarantulas, diverse soorten van giftige slangen, scorpioenen, ... ook deze beestjes bewonen de bossen van Alta Verapaz. Tijdens de tocht van Xalab'e naar Sachal hoorde ik plots iets luid ritselen ... volgens Manuel moet dat een slang geweest zijn. Gelukkig voor ons was het beest mensenschuw ... maar dat is niet altijd zo hoor! 


Jorge houdt een wilde Pacaya vast. Eén van de wilde vruchten waarmee de vluchtingen in de bergen overleefden. Zelf vul ik één van mijn flesjes aan met het bronwater. Deze bron (staat nu redelijk droog) voorziet twee dorpen van water!
Sachal
Terwijl Fons en de anderen terug keerden naar Cobán trokken don Manuel, Marta en ik verder naar Sachal. Drie uur wandelen door de prachtige natuur. Vijf jaar geleden ben ik daar met don Manuel ook geweest. Toen had ik nooit gedacht dat ik daar ooit nog eens opnieuw zou geraken!
Die middag kregen we een prive-lunch aangeboden in het gebouwtje van de regionale alcaldía. Ik was blij om eens planten te eten, het is eens wat anders dan die kippensoep! Vijf jaar geleden was dat gebouwtje de helft kleiner. Door de hulp van ADICI is dit nu een vrij groot multibruikbaar gebouwtje geworden: vergaderingen, kantoor van de regionale burgemeester, slaapplaats (allé op de grond dan hé). In die paar jaar is er , ook door de hulp van ADICI, een regionale alcaldía opgericht, waardoor de mensen nu bij de regionale burgemeester terecht kunnen voor geboorteaangiftes, overlijdensactes en andere administrative zaken. Dit spaart de mensen een paar dagen uit. De regionale burgemeester gaat één keer per maand naar het gemeentehuis van Cobán (vijf uur wandelen en daarna twee uur op de microbus) om al zijn werk over de maken aan de burgelijke stand daar.
En na drie dagen konden we ons eindelijk wassen! Daarvoor moesten we eerst de berg afdalen, het voetbalplein oversteken en dan konden we ons in de vrije natuur dicht bij de waterbron wassen. Wat zalig! Ondertussen stond mijn lichaam alweer helemaal vol, verschrikkelijk vol, met beten van weet-ik-veel-welke-insecten (zucht, zucht)
De laatste dag van onze trip had Manuel en nog anderen van ADICI eerst nog een vergadering met de mensen van de regio. Ik maakte er gebruik van om enkele ouderlingen te interviewen over thema's als gerechtigheid, waarheid, verzoening. De vergadering liep zoals gewoonlijk erg uit en we konden dus pas tegen 15u vertrekken. Opnieuw was het een race tegen de tijd want om 19u gaat de zon onder. We stelden ons mentaal in op speedtempo en na vier uur snelwandelen, kwamen we bij zonsondergang aan de grote waterval, het eindpunt van de trip. Met onze koplampen vermeden we dat we door op de glibberige rotsen naar beneden donderden. Carlos stond al klaar met de auto. Tegen 22u30 kwam ik moe en versleten thuis. Het was alweer een mooie en soms wat zware tocht.