Maar wegens gebrek aan inspiratie: Sinds dinsdag 1 april bevind ik me weer op Guatemalteekse bodem en zoals steeds verliepen de eerste dagen weer niet volgens plan. Deze keer waren de wijzigingen in mijn programma echter best interessant.
Vrijdag 4 april begeleidde ik onverwachts de Franse Christine, de Guatemalteekse coördinatrice van het project Impunity Watch (Nederlandse NGO Solidaridad), en de Hollander Frank, professioneel fotograaf, bij hun bezoek aan het dorp Sahakok. Zij twee waren al enkele dagen op stap in Guatemala met de bedoeling een reportage te maken over verschillende oorlogsmonumenten in het land. Het Kruis van Sahakok stond ook op hun lijstje en omdat ik de achtergrond van het Kruis vrij goed ken en ook Santiago Chen, de man die ze wilden interviewen, ging maar mee met hen.
Het was een interessante 2-daagse. Christine woont reeds 13 jaar in Guatemala en heeft lange tijd voor de VN missie gewerkt en blijkbaar hebben een aantal gemeenschappelijke vrienden en ook interesses. Het leuke aan dit bezoek was dat ik niet diegene was die de vragen stelde … alhoewel, uiteindelijk soms wel.
Santiago Chen werd geïnterviewd, alsook enkele ouderlingen die betrokken waren bij het proces van en Kruis. Frank wou ook enkele mooie sfeervolle kiekjes trekken aan het Kruis bovenop de berg El Filo bij valavond, dus suggereerde ik dat de mensen misschien wat kaarsen en pom meenamen. En zo werd er in intieme kring een korte ceremonie gehouden op het moment dat de zon onderging. Frank had natuurlijk veel professioneler fotomateriaal mee, maar ik slaagde er toch ook in enkele mooie foto’s te nemen. En zo is mijn collectie “ceremonies bij herdenkingskruisen in Alta Verapaz” compleet!
Santiago is ook de man die aanwezig was bij de officiële en publieke voorstelling van het eerste rapport over het Nationale Herstelprogramma (waaraan ikzelf heb aan meegeschreven) op 19 en 20 november vorig jaar in het Nationaal Paleis in de hoofdstad. Samen met zijn dochter Gloria heeft hij bij de officële akte de Wissel van de Roos gedaan, het oorlogsmonument in het Nationaal Paleis. (Verslag en foto’s: zie weblog : december 2007)
Nu dinsdag 15 april ben ik uitgenodigd bij Santiago om de nacht- en gebedswake en ceremonie bij te wonen voor de terugkeer van stoffelijke resten van zijn vader gestorven in de bergen tijdens de oorlog. Vorig jaar, ergens in juli of augustus, heeft een gespecialiseerde forensische equipe de resten van Santiago’s vader opgegraven. Zij hebben toen de beenderen meegenomen naar de hoofdstad voor analyse en nu dinsdag worden deze teruggebracht naar Sahakok. Woensdag worden dan de resten van zijn vader begraven op de begraafplaats van het dorp.
Ter duiding voor wie het verhaal van het Kruis van Sahakok niet meer kan volgen:
(Vrije vertaling van fragment uit mijn hoofdstuk “Justice transitional y contexto cultural en Guatemala: voces Q’eqchi’es sobre el PNR” en Primer Informe Temático 2006-2007 del Programa Nacional de Resarcimiento, La Vida no Tiene Precio. Acciones y Omisiones de Resarcimiento en Guatemala, 133 – 171)
In 1995 werd in het Q’eqchi’ dorp Sahakok een immens wit kruis, vergezeld van twee marmeren platen met 916 namen van slachtoffers, opgericht bovenop de berg El Filo . De constructie van dit kruis was het resultaat van een gecoördineerd en intens werk van in totaal 28 gemeenschappen die verspreid liggen over gebied van ongeveer 600 km2. De oorsprong van dit initiatief ligt in de dromen van verschillende ouderlingen waarin steeds een groot wit kruis op de top van een berg verscheen. Een groep van 13 ouderlingen interpreteerden de dromen als een “ bovennatuurlijk signaal in naam van hun dierbaren die verdwenen waren tijdens de oorlog en die niet konden worden begraven volgens de eigen culturele gewoontes". De namen op de marmeren platen zijn niet enkel van slachtoffers die gestorven zijn tijdens massamoorden, maar ook van mensen die gestorven zijn van honger, ontbering en ‘susto’ tijdens de vluchtjaren in de bergen . Ook enkele namen slachtoffers aan de zijde van de burgerwachten staan op de platen vermeld.
De voorbereiding van de oprichting van dit kruis heeft ongeveer een jaar in beslag genomen. Gedurende dat jaar hebben enkele ouderlingen samen met de Vlaming Bernard Dumoulin verschillende dorpen bezocht om met de overlevenden te spreken en de namen van oorlogsslachtoffers te noteren. In die tijd was dat helemaal geen evidentie. Er heerste nog veel angst om openlijk over de oorlog te spreken: de vrede was officieel nog niet getekend en de burgerwachten waren nog niet ontwapend.
Bij het Kruis bovenop de berg wordt elk jaar wordt op Paaszaterdag en op 3 november een grote ceremonie gehouden ter nagedachtenis van de slachtoffers.
Op 3 november 2006 waren mijn promotor, Prof. Eva Brems en ikzelf aanwezig bij die grote ceremonie. Op die dag werd ook het boek over de collectieve herinnering van 20 q’eqchi’ dorpen mbt de oorlog geschreven door de Vlaming Fons Huet voorgesteld. (Verslag en foto’s kan je lezen op webpost: november 2006)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten