Chan Xaawil ... Maya Q'eqchi' voor: 'hoe zie jij de wereld?'. Tussen 2006 en 2010 schreef ik over mijn veldwerkervaringen bij Maya Q'eqchi' overlevenden van de 36 jarige burgeroorlog in Guatemala.
Nu woon ik in Ecuador en werk ik voor de Verenigde Naties.
Een andere wereld ... dus andere verhalen...

-All pics copyright L.Viaene -



woensdag, mei 07, 2008

familiefoto

Zoals beloofd: een familiefoto van het gezin Abelino & Olivia. Zonder de hulp van Abelino zou ik nooit onderzoek kunnen doen in Salacuim.

Van links naar rechts: dochter Hilda met kleindochter Madeline, moeder Olivia, kleinzoon Marlon, dochter Olga, ikke, zoon Mario en vader Abelino.

De jongste dochter Sara (10 maanden) lag lekker te soezen in haar hangmatje. Sara, de tweede jongste dochter was nergens te bespeuren. Oudste zoon Cesar zat op school en schoonzoon was niet thuis.


De keuken is niet enkel de kook- en eetplaats van het huis, je kan er ook wat luieren in de hangmat en de allerkleinsten doen er hun middagdutje in hun eigen hangmatje. Als ze beginnen te huilen, dan schudden de mama's even aan de doeken en wat later slapen de kleintjes weer rustig door. Handig systeem: ruimte besparend, goedkoop, duurzaam en efficient. Maar ik vermoed dat heel wat Belgsiche pediaters en pedagogen dit volledig afkeuren wegens te onveilig, slecht voor de groei van de kinderen, te dicht bij het vuur, ... Tja, deze kleintjes worden ook groot hoor!


zondag, april 27, 2008

Herbegrafenis Sebastian

In de week van 14 tem 18 april verbleef ik in Salawuim en zoals gepland heb ik tijdens die dagen 4 groepsinteriews met oorlogsweduwes, ouderlingen, ex-burgerwachten kunnen afnemen. In totaal zo'n 9 uur opnames en een schriftje vol nota's. Het waren heel interessante gesprekken. ... alweer veel opgestoken en dus veel stof tot nadenken.

Zoals ik in mijn vorige webpost heb geschreven zijn Marta, mijn vertaalster, en ik de dinsdagnamiddag naar Sahakok afgezakt om aanwezig te zijn bij de herdenking en de herbegrafenis van de vader van Santiago. Tegen de vooravond kwam de pick-up van de FAFG (forensische equipe) aan met drie lijkkistjes. Twee ervan behoorden toe aan families in Copala-Nueva Esperaza, een dorp van retornados (Guatemalteken die tijdens de oorlog naar Mexico zijn gevlucht en daar enkele jaren in kampen hebben geleefd) op een half uurtje van Sahakok. Zij werden diezelfde avond nog begraven.

De twee mannen van de forensische equipe werden bij gestaan door 2 mensen van de slachtofferorganisatie FAMDEGUA en 2 mensen van de maya organisatie Saq'be die n normaal gezien instaat voor psychosociale hulpverlening (alhoewel ik daar niets van gemerkt heb!).
Het werk dat deze organisaties verrichten is fantastisch, maar ik vond het triest te moeten vaststellen dat geen enkele van deze 6 mensen één woord q'eqchi' sprak.
De overdracht van de lijkkisten ging gepaard met een vrij technische uitleg over de juridische procedure, de obstakels bij het openbaar ministerie ... zelf ik snapte het niet allemaal.
Ik heb dan maar Marta, mijn vertaalster, de opdracht gegeven om alles goed te vertalen, zodat de familieleden toch zo goed mogelijk op de hoogte waren van de papierwinkel.
De dag nadien, toen al die mensen reeds vertrokken waren, hoorde ik van Santiago dat hij geen enkel document of certificaat had ontvangen van de FAFG of FAMDEGUA dat bewees dat zij het dossier van de opgraving en de forensische analyse hadden ingediend bij het Openbaar Ministerie in Cobán. Niemand heeft hem zelfs ingelicht wat de eindconlusie van de forensische analyse was!!!
Aiaiai, de opvang en de opvolging van de familieleden laat dus in de praktijk heel wat te wensen over!

Santiago is niet enkel een dag kwijt om over-en-t'weer te reizen naar Cobán maar ook nog eens 80 quetzal voor het vervoer. En dat in de veronderstelling dat het Openbaar Ministerie hem diezelfde dag nog helpt ... wat meestal niet het geval is!

De familie Chen was voor deze bijzondere gebeurtenis opnieuw verenigd ( vier broers en 3 zussen) en hadden gekozen om een Christelijke woorddienst te houden en daarna een nachtwake. De dag erop zou de vader begraven worden in het Campo Santo van het dorp.
Het onthaal van het lijkkistje in de ermita van Sahakok verliep heel ingetogen en met veel respect. Je voelde zo het verdriet en de pijn van de familieleden, maar de opluchting. Eindelijk is de vader weer thuis.

Die ingetogenheid stond in fel contrast met het lawaai dat het muziekbandje van de ermita produceerde tijdens de woorddienst. Het dorp heeft recentelijk nieuwe geluidsboxen aangekocht die volgens mij in totaal zo'n 2000 watt produceren. Sahakok en omstreken zullen zéker gehoord hebben dat er een woorddienst begonnen was. Sebastian, zo heette de vader, zal ook geweten hebben dat hij terug thuis was.

Vóór dat de woorddienst begon, werd de dode eerst nog van voedsel voorzien. Het is blijkbaar de gewoonte om de dode te voorzien van kippensoep, cocao en tamal en dit voedsel werd eerst gezegend door enkele ouderlingen.










Na de woorddienst werd iedereen aanwezig uitgenodigd voor een traditionele q'eqchi' maaltijd: verse kippensoep, cocoadrank en tamales. De families heeft die nacht gewaakt bij de lijkkist en wij zijn gaan slapen in het huis van Santiago.



































De ochtend nadien vertrokken we met enkele ouderlingen te voet naar het Campo Santo van Sahakok dat op een half uurtje wandelen ligt van het centrum van het dorp.
Het lijkkistje werd af en toe van drager gewisseld want ... mas aal! het weegt behoorlijk ... zo'n 30 kilo!

















De familie had reeds voordien een plaats gegraven voor de kist. Maar alvorens de kist in het graf te leggen, werd er door een ouderling toelating gevraagd aan de Tzuultaq'a om de grond te gebruiken. Daarna werd de grond gezegend met wierook en voedsel (kippenbout, tortilla en een beetje boj en rum).
Het was een begrafenis in besloten kring. En bij de familieleden kwamen er opnieuw heel wat emoties los. Voor Santiago betekende dit het eindpunt van een lange strijd om zijn vader op een waardige manier te begraven. Na meer dan 20 jaar kreeg Sebastian een waardige rustplaats. Maar Santiago is de man van de stille en krachtige strijd. Na de begrafenis vertelde Santiago dat die ochtend vroeg een oudere man in witte kledij in een visoen hem naderbij was gekomen met twee veladores (grote kaarsen in glas), één voor zijn vader en één voor zijn moeder. Hij interpreteerde dit visoen als dat hij nu ook op zoek moest gaan naar de resten van zijn moeder en opnieuw een opgraving moest aanvragen. Santiago's strijd is nog niet gestreden!














zondag, april 13, 2008

Salacuim - Saholom - Rivier Chixoj - transport - onderzoek

Salacuim

De bedoeling van dit onderzoeksverblijf van zes weken is om bepaalde verkregen inzichten rond gerechtigheid en verzoening verder uit te diepen. Die weken ga ik hoofdzakelijk doorbrengen in Salacuim. Dit dorp ligt ongeveer 45 min verder dan Sahakok en in totaal op zo’n 3 uur rijden van Cobán. Salacuim bestaat uit een totale mix van slachtoffers van zowel leger als van de guerrilla, ex-burgerwachten en ex-militairen. En het zijn allemaal q’eqchi’es. Dus, voor mij een zeer interessante onderzoeksomgeving, maar je weet natuurlijk nooit of de mensen bereid zullen zijn om mee te werken. Daarom ben ik in februari reeds op ‘prospectie’ gegaan en met Abelino, belangrijke vertrouwenspersoon afspraken gemaakt ivm mijn onderzoek.


Graag zou ik verschillende focusgroepen organiseren met verschillende mensen (ouderlingen, weduwes, ex burgerwachten) over verzoening, herstel en gerechtigheid en volgens hem is dat zeker mogelijk.

Hijzelf is slachtoffer (zijn vader is ontvoerd en nooit teruggekeerd), maar heeft als jonge gast ook moeten patrouilleren in zijn dorp. Hij kent dus de twee kanten van het verhaal en het levende bewijs dat een oorlog veel meer grijs is, dan zwart/wit.

Vorige week verbleef ik reeds 3 dagen in Salacuim en heb ik samen met mijn vertaalster Marta reeds een groep van zes ouderlingen geïnterviewd.

In wat volgt probeer ik enkele ervaringen neer te pennen:

Saholom

Zo heet het dorpje, op een half uurtje rijden van Salacuim, waar Abelino met zijn gezin woont. Vorige week en ook deze week zal ik daar samen met Marta verblijven. Een groepsfoto van het ganse gezin heb ik nog niet, maar die komt wel! Abelino en zijn vrouw Olivia hebben samen 7 kinderen, 2 zonen en vier dochters. Alle namen van de dochters eindigen op “a” en er is zelfs een naamgenote van mijn moeder Hilda. De jongste spruit is 9 maanden en de oudste … dat weet ik niet, maar Hilda heeft reeds zelf twee kindjes. Een bonte bende dus.

Abelino is gemeenteambtenaar en werkt rond bosbeheer. Iemand die een boom op zijn privé-terrein wil omkappen, moet daarvoor bij Abelino eerst officieel toestemming vragen! Vrouw Olivia heeft een winkeltje en een eethuisje. Het huis ligt aan de straat, maar dankzij mijn oordoppen heb ik daar niet zo’n last van.

In vergelijking met mijn verblijven in andere dorpen de afgelopen twee jaar, kunnen we in het huis van Abelino en Olivia genieten van veel luxe. Marta en ik kunnen beschikken over een afgeschermde ruimte waarin twee bedden staan (lees planken). Er is steeds stromend water, want ze hebben een waterreservoir. Ze hebben zelfs een douche!! Jawel. Vorig jaar hebben ze met cementblokken een soort ‘hut’ gebouwd en er een kraan aan de wand geïnstalleerd. Om een douche-gevoel te creeren, monteerden ze een leeg plastieken cola-flesje van 600ml met enkele gaten horizontaal aan de kraan. Rondom je kijk best niet al te goed: er kruipt vanalles rond en er ligt vanalles op de grond (afvalresten en een kapotte sandaal). Maar goed, het is er snikheet en een supersnelle koude douche kan wonderen doen!

Er is elektriciteit en dus licht (s’ avonds geen kaarsen meer!) en een televisie, met meer sneeuw dan wat anders.


Het eten is er voortreffelijk. Ik heb nog maar één keer bonen voorgeschoteld gekregen. De laatste avond hebben ze zelfs 2 kippen geslacht en een heerlijke caldo de gallina (kippensoep) gemaakt.

We zijn met ons gat in de boter gevallen!

En dan heb ik nog de vriendelijkheid, gastvrijheid en de interessante gesprekken met Abelino nog niet vermeld.


Momenteel is het snikheet in Salacuim en omstreken, zowel overdag als 's nachts. Zoals steeds in die gebieden kruipt er vanalles en nog wat rond dat ik liever niet zou willen tegenkomen: scorpioenen, gamma aan spinnen en slangen, ...

Vorige week heeft de schoonzoon van Abelino een dikke, grote slang in de 'tuin' gevonden. Leuk om weten! Pffff.











Rivier Chixoj

Als je straat oversteekt en een wegje door het dorp neemt, kom je uit op de prachtige brede rivier Chixoj. Deze rivier maakt de natuurlijke scheiding tussen Alta Verapaz en het departement El Quiché.

Dit is pas pure luxe! ’S Ochtends is dit hier een privé-bad. In de namiddag komen alle jonge gasten (snotters van 4-5 jaar tot ado’s) uit dorp hier zich vermaken, terwijl hun oudere zussen de was doen.








Vorige donderdag hadden we pas een groepsinterview om 14u , dus hebben we ons eerst uitgebreid gewassen in de rivier en dan samen met Feliza en Sara een tochtje op de lancha gemaakt naar een naburig eilandje in de rivier.

Vandaag zondag heb ik dan toch ook op de markt in Cobán aangepaste onderkledij gekocht, zodat ik zonder al te veel op te vallen en te shockeren mij ook kan wassen in de rivier. Blote, bleke vrouwenbillen zijn ze daar niet echt gewoon om te zien.

Transport
Op de weg tussen Sahalom en Salacuim rijden er wel microbussen, maar die passeren ’s ochtends vrij vroeg: tussen 3u en 6u. Als je dus om 8u op je werk wil zijn in Salacuim, moet al van 7u30 aan de kant van de weg staan wachten en hopen dat er iets op vier wielen passeert dat jou een lift wil geven.

En zo gebeurde het dat we woensdag, na reeds een uur wachten, op de laadbak van een pick-up moesten springen die volzat met … gewapende soldaten! Echt op mijn gemak voelde ik me niet, maar ja, we waren al een half uur té laat.

Vorige vrijdag wou ik vroeg in Cobán aankomen en Abelino had ons verzekerd dat er rond 5u een min of meer lege microbus passeerde. Rond 4u30 stonden we dus op, maar er kwam maar geen microbus af. Enfin, om 4u30 was er net één voorbij gereden, maar die zat al afgeladen vol. Plots reed er een chique pickup met dubbele cabine (dus een met passagierzetels) voorbij en stopte voor het huis. Er stonden al mensen in de laadbak en blijkbaar was er nog plaats op de passagierzetels. Ze reden richting Cobán. Wat hadden we geluk! Het was de eerste keer dat ik die lange tocht in een comfortabele auto deed (lees: standaard comfort in België) en de kostprijs lag zelfs lager dan een rit met een stampvolle, hobbelende microbus.

Zo zie je maar. Je moet hier nemen wat er passeert!

Onderzoek in Salacuim

De voorbije twee jaar heb ik steeds tijdens mijn bezoeken aan de dorpen een laag profiel aangehouden. Hiermee bedoel ik, dat ik de reden van mijn aanwezigheid niet aan de grote klok hing. Wanneer mensen, die niet aan de groepsinterviews deelnamen, polsten naar het doel van mijn bezoek gaf ik hen wel de nodige uitleg.

Hier in Salacuim ligt dit ongewild ietsje anders. Abelino werkt voor de gemeente en zijn kantoor bevindt zich in het zelfde gebouwtje als dat van de regionale burgemeester en van de COCODE – 2de niveau (een lokale officiële autoriteit). De regionale burgemeester had ik reeds in februari in Cobán ontmoet en hij was dus op de hoogte van mijn komst en de reden van mijn verblijf. Wanneer Marta en ik vorige dinsdagmiddag arriveerden in Salacuim was de vergadering van de lokale officiële autoriteiten net gedaan. De regionale burgemeester maakte er natuurlijk gebruik van om mij aan iedereen voor te stellen en lichtte ook onmiddellijk de reden van mijn komst toe. Voila, in één keer wist iedereen dat ik met ouderlingen, ex-burgerwachten en weduwes over de oorlog kwam spreken.

Daar ging mijn “low profile” houding!

De dag erop, de woensdag, hadden we enkele uurtjes vrij en stelde de regionale burgermeester voor om een bezoekje te brengen aan de grootste van de drie scholen in het dorp. We werden er vriendelijk ontvangen door de onderdirecteur en ook daar moest ik de nodige uitleg geven over mijn onderzoek. De jonge gast was heel geïnteresseerd en ik had de indruk dat hij – in tegenstelling tot vele andere van zijn generatie- toch al wat gelezen had over de burgeroorlog. Aangezien zijn school ook een twee-talige (Q’eqchi’ – Spaans) rurale school is, legde ik hem uit dat we educatief materiaal over de burgeroorlog aan het maken zijn en dat normaal gezien zijn school ook een pakket zal krijgen. Daar was die kerel wild enthousiast over en nodigde me zelfs uit om ergens in de toekomst om aan de hand van de affiches les te geven aan de kinderen over mijn onderzoek.

Daarop nodigde de kerel mij uit om de school en de verschillende klassen te leren kennen. Dat leek me op het eerste zicht een fijn idee.

Die gast heeft me dus in alle klassen voorgesteld als “een onderzoekster uit België die hier enkele weken zal verblijven om jullie ouders en grootouders te interviewen over het gewapende conflict van de jaren ‘80. En in de nabije toekomst zullen we ook educatief materiaal in het q’eqchi’ krijgen over de burgeroorlog”. Daar stond ik dus. Men verwachtte van mij dan ook enkele woorden. In totaal heeft de school rond de 400 leerlingen en 15 leerkrachten. In die voormiddag heb ik ongeveer de helft van het leerlingenaantal gezien.

Nu was mijn “low-profile” houding hélemaal om zeep!

Anders dan in de dorpen waar ik tot nog toe heb gewerkt, is de kennis van het spaans redelijk goed. Zo begonnen er tijdens mijn groepsinterview met de ouderlingen, enkele van hen in het spaans (de één al beter dan de andere) te antwoorden. Dus, opletten wat ik zeg in het spaans!

Zoals reeds beschreven, zijn alle betrokken partijen van de burgeroorlog aanwezig in Salacuim. En zo moest ik tijdens mijn eerste groepsinterview plots vaststellen dat er bij de zes ouderlingen welgeteld één ex-guerrillero zat, al de rest waren ex-burgerwachten.
Neen hoor, de andere vijf waren niet van plan om die man te lynchen!
Van enkele van die burgerwachten had het leger ook hun huizen plat gebrand en één enkele ex-burgerwacht had zelfs twee zonen verloren tijdens de burgeroorlog.

Grijs, zwart, wit….kleur?
Tijdens de interviews dezer dagen zullen er vast enkele vastgeroeste ideeën ‘over de oorlog’ en over ‘het samenleven-nu’ doorprikt worden. De invalshoek: insider of outsider zienswijze ‘over de oorlog’ en over ‘het samenleven-nu’, daar draait het allemaal om.

Ik ben benieuwd!

Komende week heb ik alvast een zeer drukke agenda:
* Maandag:
-tegen de middag afreizen naar Salacuim
* Dinsdag:
- in de voormiddag een groepsinterview met ouderlingen die wat ver van het centrum van Salacuim wonen
- In de namiddag vervoer zoeken naar Sahakok
- ’S avonds en ’s nachts: nacht- en gebedswake voor overleden vader Santiago
* Woensdag:
- begrafenis resten vader Santiago
- wachten op een lift naar Salacuim
*Donderdag:
- in de voormiddag een groepsinterview met ex-burgerwachten
- in de namiddag opnieuw een groepsinterview met dezelfde ouderlingen van vorige week
*Vrijdag:
- in de voormiddag een groepsinterview met oorlogsweduwes (zowel van de kant van het leger als de kant van de guerrilla – op voorstel van Abelino)
- om 12u: microbus naar Cobán

Kruis Sahakok

Aiaiai. Bij het overlopen van mijn weblog, zie ik dat de openingszinnen van mijn webposts behoorlijk voorspelbaar en dus afgezaagd zijn!
Maar wegens gebrek aan inspiratie: Sinds dinsdag 1 april bevind ik me weer op Guatemalteekse bodem en zoals steeds verliepen de eerste dagen weer niet volgens plan. Deze keer waren de wijzigingen in mijn programma echter best interessant.

Vrijdag 4 april begeleidde ik onverwachts de Franse Christine, de Guatemalteekse coördinatrice van het project Impunity Watch (Nederlandse NGO Solidaridad), en de Hollander Frank, professioneel fotograaf, bij hun bezoek aan het dorp Sahakok. Zij twee waren al enkele dagen op stap in Guatemala met de bedoeling een reportage te maken over verschillende oorlogsmonumenten in het land. Het Kruis van Sahakok stond ook op hun lijstje en omdat ik de achtergrond van het Kruis vrij goed ken en ook Santiago Chen, de man die ze wilden interviewen, ging maar mee met hen.

Het was een interessante 2-daagse. Christine woont reeds 13 jaar in Guatemala en heeft lange tijd voor de VN missie gewerkt en blijkbaar hebben een aantal gemeenschappelijke vrienden en ook interesses. Het leuke aan dit bezoek was dat ik niet diegene was die de vragen stelde … alhoewel, uiteindelijk soms wel.

Santiago Chen werd geïnterviewd, alsook enkele ouderlingen die betrokken waren bij het proces van en Kruis. Frank wou ook enkele mooie sfeervolle kiekjes trekken aan het Kruis bovenop de berg El Filo bij valavond, dus suggereerde ik dat de mensen misschien wat kaarsen en pom meenamen. En zo werd er in intieme kring een korte ceremonie gehouden op het moment dat de zon onderging. Frank had natuurlijk veel professioneler fotomateriaal mee, maar ik slaagde er toch ook in enkele mooie foto’s te nemen. En zo is mijn collectie “ceremonies bij herdenkingskruisen in Alta Verapaz” compleet!



Santiago is ook de man die aanwezig was bij de officiële en publieke voorstelling van het eerste rapport over het Nationale Herstelprogramma (waaraan ikzelf heb aan meegeschreven) op 19 en 20 november vorig jaar in het Nationaal Paleis in de hoofdstad. Samen met zijn dochter Gloria heeft hij bij de officële akte de Wissel van de Roos gedaan, het oorlogsmonument in het Nationaal Paleis. (Verslag en foto’s: zie weblog : december 2007)

Nu dinsdag 15 april ben ik uitgenodigd bij Santiago om de nacht- en gebedswake en ceremonie bij te wonen voor de terugkeer van stoffelijke resten van zijn vader gestorven in de bergen tijdens de oorlog. Vorig jaar, ergens in juli of augustus, heeft een gespecialiseerde forensische equipe de resten van Santiago’s vader opgegraven. Zij hebben toen de beenderen meegenomen naar de hoofdstad voor analyse en nu dinsdag worden deze teruggebracht naar Sahakok. Woensdag worden dan de resten van zijn vader begraven op de begraafplaats van het dorp.


Ter duiding voor wie het verhaal van het Kruis van Sahakok niet meer kan volgen:
(Vrije vertaling van fragment uit mijn hoofdstuk “Justice transitional y contexto cultural en Guatemala: voces Q’eqchi’es sobre el PNR” en Primer Informe Temático 2006-2007 del Programa Nacional de Resarcimiento, La Vida no Tiene Precio. Acciones y Omisiones de Resarcimiento en Guatemala, 133 – 171)


In 1995 werd in het Q’eqchi’ dorp Sahakok een immens wit kruis, vergezeld van twee marmeren platen met 916 namen van slachtoffers, opgericht bovenop de berg El Filo . De constructie van dit kruis was het resultaat van een gecoördineerd en intens werk van in totaal 28 gemeenschappen die verspreid liggen over gebied van ongeveer 600 km2. De oorsprong van dit initiatief ligt in de dromen van verschillende ouderlingen waarin steeds een groot wit kruis op de top van een berg verscheen. Een groep van 13 ouderlingen interpreteerden de dromen als een “ bovennatuurlijk signaal in naam van hun dierbaren die verdwenen waren tijdens de oorlog en die niet konden worden begraven volgens de eigen culturele gewoontes". De namen op de marmeren platen zijn niet enkel van slachtoffers die gestorven zijn tijdens massamoorden, maar ook van mensen die gestorven zijn van honger, ontbering en ‘susto’ tijdens de vluchtjaren in de bergen . Ook enkele namen slachtoffers aan de zijde van de burgerwachten staan op de platen vermeld.

De voorbereiding van de oprichting van dit kruis heeft ongeveer een jaar in beslag genomen. Gedurende dat jaar hebben enkele ouderlingen samen met de Vlaming Bernard Dumoulin verschillende dorpen bezocht om met de overlevenden te spreken en de namen van oorlogsslachtoffers te noteren. In die tijd was dat helemaal geen evidentie. Er heerste nog veel angst om openlijk over de oorlog te spreken: de vrede was officieel nog niet getekend en de burgerwachten waren nog niet ontwapend.

Bij het Kruis bovenop de berg wordt elk jaar wordt op Paaszaterdag en op 3 november een grote ceremonie gehouden ter nagedachtenis van de slachtoffers.

Op 3 november 2006 waren mijn promotor, Prof. Eva Brems en ikzelf aanwezig bij die grote ceremonie. Op die dag werd ook het boek over de collectieve herinnering van 20 q’eqchi’ dorpen mbt de oorlog geschreven door de Vlaming Fons Huet voorgesteld. (Verslag en foto’s kan je lezen op webpost: november 2006)